Van brandstapel naar homohuwelijk, een geschiedenis van homoseksualiteit in België (2)

In deel I van ‘Verzwegen verlangen’ – gepubliceerd in de laatste HLWM Info – zagen we hoe de houding tegenover homo’s in België wijzigde van strenge vervolging en vaak terechtstelling (middeleeuwen tot 17de eeuw) naar doodzwijgen in de 18de en de eerste helft van de 19de eeuw.

Vanaf 1870 treedt een medicalisering van de homoseksualiteit op. Ze evolueert van een moreel verwerpelijk gedrag naar een wetenschappelijke toestand, die ziekelijk, abnormaal en aangeboren is. De toonaangevende Duitse psychiater Richard van Kraft-Ebing schrijft in 1901: ‘Homo’s verdienen medeleven, en geen verachting, net zoals elke andere misvorming of functionele stoornis.’ De psychiaters pleiten voor een decriminalisering van de homoseksualiteit, want hoe kan je iets bestraffen dat aangeboren is?

Dat pleidooi ligt aan de basis van groepen die lobbyen om homoseksualiteit uit het strafrecht te halen. In België was dat al zo sinds de Napoleontische tijd. De eerste homorechtenbeweging ziet in 1897 het licht in Duitsland, een initiatief van Magnus Hirschfeld (foto). Nadien volgen Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. In België blijft het oorverdovend stil: geen studies, geen congressen. Niets.

Toevluchtsoord

De opkomst van extreemrechts in Duitsland en Italië leidt in de jaren 1930 tot een nieuwe vervolging van homo’s. België en Brussel zijn een veilige haven, een toevluchtsoord voor wie het te warm onder de voeten krijgt, onder meer dankzij het feit dat homo’s geen prioriteit van de Belgische politie zijn.

Een laatste opflakkering van de vervolging in België vindt plaats in de jaren 1950. Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste, het communistische gevaar. Homo’s werden beschouwd als een makkelijk slachtoffer van afpersing door de communisten. Vooral homo’s op gevoelige plekken in de samenleving moesten nauwlettend in de gaten worden gehouden. Ten tweede stelde de psychiatrie dat de homoseksuele voorkeur tot de tienerjaren niet vastlag. Dus moesten tienerjongens – over lesbiennes werd al die tijd niet gesproken – tegen volwassen homo’s beschermd worden.

Om die reden wordt in 1965 artikel 372bis aan het Belgische strafwetboek toegevoegd. Dat maakte homoseksuele handelingen tussen volwassenen en jongens tussen 16 en 18 strafbaar. Voor hetero’s lag de seksuele meerderjarigheid op 18 jaar.

Zo wordt Will Ferdy in 1969 nog veroordeeld tot een boete van 2.000 frank (50 euro) wegens bepaalde contacten in de duinen van Blankenberge.

Het beu in de kast te moeten zitten, doet Ferdy (1927) in 1970 zijn coming-out op tv. Dat veroorzaakt ophef. Sommige pastoors verbieden hun parochianen nog naar zijn muziek te luisteren.

Artikel 372bis werkt als een rode lap op een stier op de beginnende homobeweging, die sinds de jaren 1950 voet aan de grond in België had gekregen, denk maar aan Suzanne Daniël. Om aanvaarding door de maatschappij te versnellen, spreekt de beweging niet langer of ‘homoseksualiteit’ (te veel de nadruk op seks), maar wel op ‘homofilie’.

Ondertussen vindt ook een verschuiving plaats in de hulpverlening aan homo’s: van hulp om van de geaardheid af te geraken naar hulp om die te aanvaarden. Dat proces is niet langer het monopolie van de medische/kerkelijke wereld. Steeds meer homo’s en lesbiennes beginnen elkaar te helpen. In dat proces speelt de criminoloog Steven De Batselier een belangrijke rol.

Marxistisch vaarwater

De eerste lesbiennegroepering ontstaat in 1972. In 1977 wordt met overheidsgeld de Federatie Werkgroepen Homofilie (FWH) opgericht. De holebibeweging belandt wel in links, vaak marxistisch vaarwater.

In de jaren 1980 komt de terugslag. De aidscrisis, de opkomst van het Vlaams Blok en de economische crisis verkleinen het draagvlak in de maatschappij. Een kleine overwinning is wel de afschaffing van artikel 372bis in 1985.

In de jaren 1990 volgt het herstel van de crisis van de jaren 1980. Na de federale verkiezingen van 1999 belanden de christendemocraten in de oppositie en komt een paarse regering tot stand. De ene na de andere positieve wet raakt door het parlement: partnerschapsregeling (1999), antidiscriminatiewet (2002), homohuwelijk (2003, tweede land in de wereld), adoptieregeling (2006).

Nu de discriminatie zo goed als voorbij is, wordt het wel moeilijker om holebi’s te mobiliseren. Het is dan ook de periode van het ontstaan van themagroepen: sportende holebi’s, ouders van holebi’s, allochtone holebi’s…

De holebiwereld raakt stilaan wel gecommercialiseerd, verburgerlijkt, geïnstitutionaliseerd en te afhankelijk van overheidssubsidies.

De auteurs van ‘Verzwegen verlangen’ – vier academici (historici) en een homoactivist – eindigen met een waarschuwing: ‘De recent verworven rechten van seksuele minderheden zijn een fel bestreden, kostbaar en vooral erg fragiel goed.’ Als aanmaning om alert blijven kan dat tellen.

Een vlot lezende en boeiende aanrader, waarvan we de laatste hoofdstukken zelf actief hebben meegemaakt.

Wannes Dupont, Elwin Hofman en Jonas Roelens – Verzwegen verlangen. Een geschiedenis van homoseksualiteit in België – Uitgeverij Vrijdag, 2017, 300 blz.

Carl P (23/11)